Skip to main content

Opgroeien in een kansrijke omgeving

Gemeenten en wijken verschillen van elkaar, maar jongeren bewegen over die grenzen heen voor school, sport of om met vrienden af te spreken. De gemeenten in Zaanstreek-Waterland slaan daarom de handen ineen om te kijken op welke onderdelen ze meer kunnen samenwerken in hun preventieve jeugdbeleid. Daarvoor hanteren ze een werkwijze die in IJsland zeer succesvol was en in vele Nederlandse gemeenten al navolging krijgt: de OKO-werkwijze.

OKO staat voor ‘opgroeien in een kansrijke omgeving’. De werkwijze is gebaseerd op het IJslands preventiemodel, waar het eind jaren negentig ontwikkeld werd om het alcoholgebruik onder jongeren aan te pakken. De gemeente Edam-Volendam werkt hier al jaren mee, Vincent Tuijp licht toe: “Omdat bij ons dezelfde problematiek speelde, waren wij een van de eerste gemeenten in Nederland die ermee aan de slag gingen, met ons programma LEF. Later heeft het Trimbos de werkwijze onderzocht en vertaald naar de Nederlandse situatie, dat is OKO geworden. In de basis is het hetzelfde.”

Ook Samira Martina is al lang met de werkwijze bekend: “Toen ik in 2001 net moeder was, las ik alles over opvoeden en zo ook over het IJslands preventiemodel. Dat ging over investeren in de leefomgeving van het kind en dat sprak mij enorm aan; ik heb dat later in mijn werk als beleidsadviseur meegenomen. Ik geloof in gedeelde verantwoordelijkheid, die community rondom kinderen. Deze werkwijze bekrachtigt dat.”

Datagestuurd

OKO is een werkwijze voor gemeenten om jongeren gelukkiger en gezonder op te laten groeien en te voorkomen dat zij gaan drinken, roken of drugs gebruiken. Martina: “Je werkt met zijn allen aan een positieve, gezonde en veilige leefomgeving. Het belangrijkste is: uitzoomen op het kind en inzoomen op de omgeving. Wat gebeurt er thuis, op school, in de vriendengroep, in de vrije tijd? Gedrag weerspiegelt die omgeving.”

Tuijp: “De werkwijze draait om evidence based interventions; interventies die wetenschappelijk onderzocht zijn. Je kunt daardoor werken op basis van KPI’s en daarop monitoren, dat is iets wat alle gemeenten graag willen. Daarvoor moet je wel echt onderzoeken wat er speelt; hoe groot is een probleem, en hoe kun je dat dan terugdringen.”

De aanpak is daarom cyclisch, legt Martina uit: “Eens in de twee jaar ga je data verzamelen en luisteren naar jongeren en ouders. Vervolgens ga je met hen in dialoog. Wat zeggen de cijfers? Wat vinden we ervan? Wat gaan we anders doen? Zo krijg je overzicht: wat doen we al, wat werkt, waar moeten we mee stoppen?”

Lokaal/regionaal

Alle gemeenten hebben de afgelopen jaren op hun eigen manier vormgegeven aan preventie jeugd en dat blijft ook zo. De OKO-werkwijze biedt vooral meer structuur en een manier om gericht te werken aan de lokale en regionale aanpak, vanuit de ervaringen en behoeften van jongeren, ouders, scholen en professionals zelf. Voor middelbare scholen is het ook prettig als gemeenten meer samenwerken. Daar waar het handig is om zaken regionaal op te pakken, kun je bovendien efficiënter en effectiever opereren.

Tuijp en Martina geloven dan ook dat een regionale samenwerking veel op kan leveren. “Gemeenten en wijken verschillen onderling, maar jongeren bewegen wél over grenzen heen, daarom is regionale samenwerking zo belangrijk,” stelt Tuijp. “Ouders hebben overal dezelfde opvoedvragen en OKO biedt allerlei bewezen interventies die je lokaal kunt inzetten. Bovendien sluit de aanpak goed aan bij de hervormingsagenda Jeugdzorg, wat tot doel heeft om te voorkomen dat jongeren in de jeugdzorg terechtkomen.”

Martina ziet dit ook zo: “En er zijn thema’s die je niet lokaal kunt oplossen. Bijvoorbeeld zogeheten ‘hufterig’ gedrag op sportvelden; je staat op zaterdag wel allemaal op hetzelfde veld. Of neem online jongerenwerk, dat kan je prima regionaal oppakken.”

Tuijp noemt nog een voordeel van een regionale aanpak: “Ik ben sinds 2017 wethouder en ik heb al vaak meegemaakt dat de overheid nieuwe potjes introduceert die je alleen voor bepaalde dingen mag gebruiken. Dan gaan we daar als wethouders iedere keer opnieuw over in overleg. Als je één regionale aanpak hebt, weet je meteen waar je het aan kunt besteden.”

Consistente inzet

De OKO-werkwijze is bewezen effectief, maar daarvoor moet het wel volgehouden worden. Martina: “Preventie is vaak het eerste waarop wordt bezuinigd, omdat het geen wettelijke taak is. Maar als je het loslaat, komen de problemen terug. Het cyclisch verzamelen van actuele data helpt daarin echt: als cijfers twee jaar oud zijn, denken mensen al snel dat het bij hen anders zit. Met frisse data gaan mensen ‘aan’.”

Tuijp vult aan: “Wees ook eerlijk dat je dingen gaat proberen. Het kan zijn dat een interventie niet werkt omdat de praktijksituatie net iets anders is dan je dacht. Dat is geen reden om de werkwijze los te laten; het moet voor iedereen duidelijk zijn dat het geen losstaand iets is, maar onderdeel van een groter geheel.”

Een voorbeeld van een koerswijziging kan Tuijp geven uit eigen ervaring: “We hebben in Edam-Volendam eerste sterk ingezet op het organiseren van alternatieve, alcoholvrije activiteiten op de vrijdag- en zaterdagavond. We zagen toen dat de betrokkenheid van de ouders achterbleef. We zijn daarom juist weer minder gaan organiseren, om middelen vrij te maken om de ouderbetrokkenheid te verhogen. Daar kun je niet direct resultaat op verwachten, dat is een proces van vallen en opstaan en dat duurt jaren. Je moet daar elke keer weer de gemeenteraad in meenemen.”

Acties 2025/2026

In Zaanstad zijn er in 2025 al belangrijke stappen gezet en ook in Edam-Volendam, dat strakker mee gaat lopen in de methodiek, vertelt Martina: “We hebben vlak voor de zomer alle scholen in Zaanstad en Edam-Volendam bezocht. Nu zitten we in de monitoring; de GGD doet de metingen. Aan het einde van het eerste kwartaal 2026 krijgen we de resultaten terug, begin tweede kwartaal starten we de dialoogsessies. Dan duiden we samen: wat zeggen de cijfers, waar zetten we op in? Voor de andere gemeenten wordt een gelijksoortige data-analyse uitgevoerd met al bestaande gegevens uit 2023.”

Vooruitblikkend stelt Tuijp: “In twee tot drie jaar is er een gestructureerde aanpak en weet iedereen dat je heel gericht middelen inzet.” Martina besluit: “We staan voor mijn gevoel nu nog echt in de startblokken, maar ik heb er onwijs veel zin in!”

Vincent Tuijp, wethouder in de gemeente Edam-Volendam, is bestuurlijk ambassadeur van de opgave ‘Gezond en gelukkig opgroeien’. Samira Martina was projectleider ‘regionale samenwerking preventie jeugd’ en is sinds januari 2026 opgaveregisseur.

Artikel uit het jaarverslag 2025